ALS IK EEN VOORRANGSVOERTUIG TEGEN KOM, DAN BLIJF IK KALM EN RUSTiG

Samen met de hulpdiensten kun jij als weggebruiker bijdragen aan een veiliger Nederland. Hoe? Door kalm en rustig te blijven en op de juiste manier te reageren als een voertuig met zwaailicht en sirene nadert. Breng daarbij het overige verkeer niet in gevaar. Voor zes veel voorkomende situaties vind je hieronder een filmpje waarin wordt uitgelegd wat je het beste kunt doen.

  • Situatie 2/6

    Je rijdt op een rotonde en wilt de tweede afslag nemen. Wat doe je?

    Nadert er een voorrangsvoertuig op het moment dat je een rotonde wilt oprijden? Blijf de rotonde dan volgen tot het voorrangsvoertuig de rotonde heeft verlaten. Het maakt dus niet uit van welke kant het voorrangsvoertuig nadert.

  • Situatie 3/6

    Je staat voor rood licht op een kruispunt. De rijstrook naast je is vrij. Wat doe je?

    Als er een rijstrook vrij is, hoef je helemaal niets te doen. Het voorrangsvoertuig zoekt zelf zijn weg over de vrije rijstrook.

  • Situatie 4/6

    Je staat voor rood licht op een kruispunt. De rijstrook naast je is bezet. Wat doe je?

    Kijk goed om je heen of het voorrangsvoertuig ruimte heeft om te passeren. Is er geen vrije ruimte? Maak dan alleen ruimte als het veilig kan en breng jezelf en anderen niet in gevaar. Dit kan bijvoorbeeld door een klein stukje naar voren te rijden als er ruimte is tussen de stopstreep en het kruisingsvlak.

  • Situatie 5/6

    Je rijdt op een provinciale weg met parkeerhavens. Wat doe je?

    Wil een voorrangsvoertuig erlangs? Blijf dan op de weg en houd zoveel mogelijk rechts. Wijk alleen uit naar verharde weggedeelten, zoals een parkeerhaven (uitwijken naar onverharde weggedeelten kan gevaarlijk zijn en is dus onwenselijk!). Geef op tijd richting aan en rem dan rustig af.

  • Situatie 6/6

    Je rijdt op een provinciale weg zonder parkeerhavens. Wat doe je?

    Wil een voorrangsvoertuig erlangs en kun je niet op een veilige manier ruimte maken? Blijf dan op de weg rijden met de maximaal toegestane snelheid en houd daarbij zoveel mogelijk rechts. Het voorrangsvoertuig verliest dan bijna geen tijd. De bestuurder van het voorrangsvoertuig zoekt zelf wel een geschikt moment om in te halen.